Wie of wat is de Knillispoort?

Knillispoort biedt na de Corona lockdown ruimte aan uiteenlopende kleinschalige evenementen. Uitgangspunten hierbij zijn: drempelloosheid, veelkleurigheid, engagement, debat, cultuur en ontmoeting. Knillispoort is een vrijwilligersinitiatief en organiseert zelf activiteiten maar biedt ook ruimte aan derden om de accommodatie in te zetten voor zelf-georganiseerde evenementen.

Door de jaren heen ontstonden in en rond de Knillispoort tal van initiatieven zoals: Geen cement in de Gement, Sint-Jansdag, Popronde, kunsttentoonstellingen en de cursus Boschlogie. Ter gelegenheid van 800 jaar ’s-Hertogenbosch werd in 1985 het door Antoine Jacobs geschreven toneelstuk De winterrepubliek in de buitenlucht opgevoerd.

In 2015 ging Achter de Poort van start, de culturele salon van de Knillispoort. Spraakmakende boekbesprekingen, bijzondere optredens en schurende debatten die iets in beweging brengen wisselen elkaaraf.

Knillispoort, ook voor u

Bekijk op deze website of er ook mogelijkheden zij voor u of uw organisatie.

Let wel, Buiten carnaval is de Knillispoort geen feestzaal. Een hapje en drankje is uiteraard wel mogelijk, maar de nadruk ligt op (culturele) evenementen, vergaderingen en bijeenkomsten.

Voor vragen kunt u altijd bellen (073-6 14 43 82) of mailen


 

NIEUWS

Column Hans van Kasteren: 'Veel liefs en tot gauw'

Mevrouw Devenaar (ze heet anders, maar ik noem haar nu zo) woont vlakbij het station hier in Den Bosch in een appartement met zo’n leuk balkonnetje, weet u wel. Dat balkonnetje biedt riant uitzicht op het Stationsplein. Daar is het sinds het er op lijkt dat Corona afscheid aan het nemen is weer lekker druk en ze houdt van die drukte. Ze heeft graag mensen om zich heen. Dat vindt ze gezellig. Ze woont er nu al bijna twee jaar. En elke dag zit ze op het balkonnetje en kijkt dan naar de roltrap. Want mevrouw Devenaar weet het zeker: er komt een dag dat Marjolein  vanaf die roltrap naar beneden komt en dan naar haar omhoog zal kijken. Als ze haar ogen sluit ziet ze hoe Marjolein vrolijk zal zwaaien en hoort ze wat Marjolein gaat roepen: “Dag mam! Dag! Ik ben er! Heb je de koffie al klaar?”. Mevrouw Devenaar glimlacht gelukkig.

Wat een mooie dag zal dat zijn, de dag dat Marjolein weer thuiskomt. Mevrouw Devenaar zal een lekker vers bakkie koffie schenken met zo’n heerlijke chocolade  bol van bakker De Groot. Die heeft ze altijd eentje in de ijskast staan. Alleen heten die dingen de laatste tijd Bossche Bollen. Chocolade bol, je hoort het haast niemand meer zeggen. Ja, Marjolein wel. Die zegt altijd chocolade bollen.  Want dat zeiden ze vroeger ook altijd, toen Marjolein nog thuis woonde. Twee keer per week steekt mevrouw Devenaar nu het Stationsplein over om bij bakker De Groot aan de overkant een nieuwe Bossche Bol te halen. De oude gooit ze dan weg en de verse gaat de ijskast in. Want die Bossche Bollen van De Groot blijven zeker een dag of drie goed.

De gedachte aan het tafereeltje tovert weer een glimlach op haar gezicht. Fijn samen op het balkonnetje. Wat zal Marjolein veel te vertellen hebben! En wat zal ze genieten van de chocolade bol. Eerst zal ze Marjolein een lekker kopje koffie inschenken en dan zullen ze samen mensen gaan kijken.  Op het balkon, met z’n tweetjes. Wat een prachtige dag zal dat zijn…..

Ineens moet mevrouw Devenaar denken aan de dag dat ze haar dochter voor het laatst zag. Dat was ook hier, op het station. Hoe lang geleden? Tja, dat weet mevrouw Devenaar niet helemaal zeker. Toch al gauw een paar weekjes, denkt ze dan. Of misschien wel wat langer eigenlijk, want met Kerstmis en Nieuwjaar was Marjolein er ook niet en het is nu al weer oktober.

Gelukkig weet mevrouw Devenaar heel goed dat Marjolein er ook niets aan kan doen dat ze met Kerst niet is geweest. En het is ook niet haar schuld dat ze zo weinig tijd heeft. Dat komt natuurlijk door haar werk. Want ze heeft een drukke baan, hoor! De hele dag werken en soms ook nog in het weekend. Als ze ’s-avonds thuis komt is ze doodmoe. Uitgeput. Zo moe, dat het er soms gewoon niet van komt om even te bellen. Nee, dat is ook al weer een tijdje geleden, dat Marjolein heeft gebeld. Toen ze jarig was, toen heeft ze nog gebeld. Toch? Mevrouw Devenaar is er niet helemaal zeker van. Maar Marjolein heeft beslist wel eens gebeld, dat weet ze nog goed. Want hoe druk ze het ook heeft, Marjolein zal haar moeder niet zomaar vergeten. Echt niet.

Tegen vijf uur wordt het wat frisjes op het balkon. Mevrouw Devenaar gaat binnen zitten. Ze heeft haar tafel zo neergezet dat ze de roltrap bij het station nog goed kan zien. Midden op tafel staat een grote vaas met een prachtige bos bloemen. Het zijn rode rozen. Die staan er altijd. En die blijven wel een week goed! Mevrouw Devenaar haalt de bloemen elke woensdag  bij dat bloemstalletje op de markt. Daar hebben ze de beste. En de mensen die haar daar helpen zijn echt heel vriendelijk. Ze doen ook altijd een mooi kaartje aan het boeket. Ze hoeft hen niet eens meer te zeggen wat ze er op moeten schrijven. Dat doen ze gewoon uit zichzelf al. Liefkozend streelt mevrouw Devenaar de vaas en leest gelukkig glimlachend het kaartje:  ‘Veel liefs en tot gauw. Marjolein’. 

Hans van Kasteren

Column Hans van Kasteren: 'Een watertje graag'

Ik ben dol op hypes, jongens. Ik zie ze met liefde ontstaan, groeien en verdwijnen. Een gezond verschijnsel, het hoort bij de snel veranderende wereld waarin we leven. Twitter, Instagram, Power Balance armbandjes, China als product – dat zijn nog maar enkele van de meest opmerkelijke hypes van de laatste jaren. Waarbij ik razendsnel wil aantekenen dat Twitter, nog steeds Facebook en Instagram inmiddels erg soepel de stap hebben gemaakt van hype naar trend. En dan speel je op een ander niveau. Social Media gaan ons leven veranderen, wat zeg ik, dat hebben ze al gedaan.

Maar ik wil even terug naar de hypes. Een erg leuke is de zwart omrande bril. Leuk, want toen ik opgroeide was je een vreselijke nerd (avant-la-lettre) als je nog steeds zo’n bril droeg. In de jaren vijftig van de vorige eeuw hadden namelijk alle brillen die oenige look. Bekende dragers als Roy Orbison en Buddy Holly konden dat sullige imago niet veranderen. Maar op de dag van vandaag ben je langzamerhand een nerd als je géén zwart montuur draagt! Carice van Houten, Gerard Joling, Albert Verlinde en Nelleke van der Krogt zijn zomaar wat voorbeelden van min of meer bekende Nederlanders die in deze hype een voortrekkersrol vervullen.

Ikzelf heb een tijd terug een lichtblauw omrande bril aangeschaft, in de overtuiging dat ik me daarmee een hippe look had verworven. Maar niets bleek minder waar, blauw is inmiddels hopeloos uit de tijd. Ik durf m’n blauwe montuurtje nu alleen nog maar in het donker te dragen, als ik alleen in de auto zit.

Een andere leuke hype speelt zich af op een heel ander niveau: het watertje! Loop op zomaar een werkdag een willekeurig kantoor binnen en je ziet ze op vrijwel elk bureau staan: de flesjes water. Kijk eens door het raam van een vergaderzaal naar binnen. Als er tien mensen aan het overleg deelnemen, hebben er zeker acht een flesje water binnen handbereik. Ieder zichzelf respecterend bedrijf heeft dan ook een aantal hippe watertaps op strategische plekken staan.
Want wij drinken natuurlijk geen water uit de kraan. Echt niet! Ons watertje (let op het vertederende verkleinwoord) moet uit natuurlijke bronnen zijn opgeweld en behoort ziltig fris te zijn. Niet té fris, let op. Echt koud water kan namelijk ongewenste buikkrampen veroorzaken, hetgeen weer tot verloren arbeidsuren leidt. Maar lauw water is evenzeer not done: het werkt lamlendigheid in de hand. Er schijnen inmiddels bedrijven te zijn die speciaal opgeleide deskundigen in dienst hebben, die de kwaliteit van het tapwater dagelijks controleren.

Maar de opmars van het lekkere watertje beperkt zich niet tot onze kantoren, jongens. Probeer maar eens in een ‘wat beter’ restaurant een glas kraanwater te bestellen, met de bedoeling de hoogte van de rekening wat te beperken. De gemiddelde ober zal je de dirty look geven en je in gedachten voor profiteur uitmaken. Dat zal hij niet zeggen, wees gerust. Maar sta er niet versteld van als hij een opmerking maakt in de trant van “misschien mag ik mijnheer een licht mousserende Perrier voorstellen. Past uitstekend bij uw gerookte zalm”. Een beetje ober is tegenwoordig behalve wijnkenner ook een waterdeskundige. Een vinoloog en een eaunoloog at the same time, zogezegd.

Je wordt in de Korte Putstraat hier in Den Bosch niet meer aangenomen als je niet beschikt over een gedegen kennis van wijnen en goede wijn-spijscombinaties, dat spreekt. Maar daarnaast hoor je tenminste tien befaamde bronwatertjes in snel tempo op te kunnen sommen én je moet ze kunnen onderscheiden van kraanwater. Met name dat laatste schijnt vreselijk moeilijk te zijn. Maar zelfs als je over al deze uitzonderlijke eigenschappen beschikt kun je naar de baan fluiten als je niet een bril met zwart montuur draagt……

Hans van Kasteren

Young Changemakers naar Knillispoort

Young Changemakers Den Bosch heeft gekozen voor Knillispoort voor de twee maandelijkse bijeenkomsten van die organisatie. Vanaf 1 september zijn de Changemakers iedere eerste en derde woensdag van de maand present van 19:00 tot 22:00 uur.

De Bossche Young Changemakers zetten zich actief in voor een aantrekkelijke, leefbare, sociale en duurzame regio Den Bosch. Ze ondersteunen de duurzaamheidsambities van de gemeente ‘s-Hertogenbosch.

Lees meer over de Bossche Young Changemakers op de WEBSITE van de organisatie

Oorlog maakt ziek

Einde Eerste Wereldoorlog geen einde ellende, ook voor ‘s-Hertogenbosch

Tom Sas, historicus en kenner van de Eerste Wereldoorlog, windt er geen doekjes om, de ‘Groote oorlog’ zaaide door de oorlogshandelingen al dood en verderf, het werd nog erger, vooral toen het vrede was. 

11 november 1918: De ‘Groote oorlog’ is afgelopen. Gejuich is er niet in ‘s-Hertogenbosch. Veel Bosschenaren zijn ook al ziek, menigeen zelfs doodziek. De ‘Spaanse griep’ heerst  en is  25X dodelijker dan andere griepvormen. De doodsangst stemt in veel dorpen en steden tot neerslachtigheid, zeker als ook in gegoede kringen, levend in goede behuizing en wel doorvoed, slachtoffers vallen. In ’s-Hertogenbosch vallen honderden doden, in de wereld tussen de 20 en 50  miljoen. 

Zelfs het begrip Spaanse griep hangt samen met de oorlog. De VS, Groot-Brittannië en Frankrijk hebben eerder dan Spanje te kampen met de epidemie, maar die landen houden de informatie daarover aanvankelijk uit de pers om het moreel niet aan te tasten. Spanje blijft neutraal tijdens de oorlog en censureert zijn pers niet.

Tom legde grote nadruk op de oorlog als transporteur van de Spaanse griep. In het vroege voorjaar van 1917 kondigde de Duitse regering een onbeperkte duikbootoorlog af. Elk schip met bestemming Groot-Brittannië zou door de Duitsers getorpedeerd worden, vijandig of niet, daaronder ook Amerikaanse duikboten.

In december 1917 sloten Rusland en Duitsland de vrede van Brest-Litovsk. Duitsland kon zich nu helemaal richten op het westelijk front maar had nu ook af te rekenen met Amerikaanse troepen. Het spreekt voor zich dat hierdoor heel veel mensen in beweging kwamen. Duizenden soldaten, dichtbij elkaar, opeengepakt, kwamen en gingen.   

Mogelijk begon de Spaanse griep in het voorjaar van 1918 in de Verenigde Staten. Op 4 maart meldde een kok in Camp Funston in Kansas zich ziek. Hij had een zere keel, hoofdpijn en koorts. In de loop van de dag klaagden steeds meer mannen over dezelfde symptomen.

Veel van hen waren afkomstig van het Amerikaanse platteland.  Via deze militairen bereikte de ziekte het westelijke front in Frankrijk – en reisde verder. Het virus volgde niet alleen de soldaten, maar ook een groep krijgsgevangenen die door Duitsland aan Rusland werd teruggegeven.

Op 30 mei 1918 introduceert de Telegraaf ‘de Spaansche griep’ bij de Nederlandse lezers.

In het najaar slaat de ziekte bij een tweede golf heel hard en dodelijk toe. Deze griep is 25X dodelijker dan andere vormen. Het aantal doden is groot. 

Als er ‘na eene kortstondige ziekte’ in de overlijdensadvertentie staat, dan kun je er in die dagen vanuit gaan dat de Spaanse griep heeft toegeslagen. De leeftijd ligt maar al te vaak tussen de twintig en dertig jaar, alhoewel ouderen ook grote risico’s lopen. 

De dodelijke en tweede epidemiegolf werd in gang gezet na de wapenstilstand op 11 november 1918. Overal op de wereld vierden mensen het einde van de Eerste Wereldoorlog. Deze vieringen gingen gepaard met bijeenkomsten, omhelzingen en kussen van terugkomende soldaten.

Wat doet de overheid? ‘Wat heeft het voor zin te vechten een ziekte die zich niet bevechten laat’, schrijft de minister in antwoord op kamervragen.

Het Bossche stadsbestuur organiseert op 16 november 1918 een ‘spoedeischende vergadering’, niet vanwege de Spaanse griep maar om een burgerwacht op te richten om ‘revolutionaire woelingen’ van opstandige socialisten en militairen  het hoofd te bieden. 

Johan Rückert

Voorafgaande aan de vergadering wordt echter eerst alle ruimte geladen aan een herdenking van de directeur Gemeentewerken Ir. Johan Rückert (1879-1918). Hij is nog geen jaar in dienst en was voorbestemd om de uitbreiding van de stad in de richting van het noorden, de Muntel vorm te geven. Het mocht niet gebeuren. Rückert sterft na een kortstondig ziekbed aan de gevolgen van de Spaanse griep. Hij zal niet de enige Bosschenaar zijn.

Foto's lezing wateroverlast Den Bosch van 31 juli

Francien van den Heuvel verzorgde zaterdagavond 31 juli een interessante lezing over de wateroverlast in ‘s-Hertogenbosch en omstreken in het verleden. Toon Rekkers maakte een aantal leuke foto’s. 
Bekijk de Galerij HIER 

Column Hans van Kasteren: 'Zammateo', zingt hij

In de wondermooie Italiaanse streek Piemonte voelen wij ons een ruime maand lang bijna Italiaans. We verblijven in een klein dorp en na een weekje of zo begroeten de dorpelingen ons alsof ze ons al jaren kennen. We ontmoeten ze ’s ochtends vroeg bij de bakker en na twaalven nabij het enige terras dat het dorpje kent. Dat terras hoort bij een enigszins vervallen trattoria. We lunchen daar vrijwel dagelijks en kunnen ons na zo’n heerlijke en ruim bemeten ‘Pranzo’ niet meer voorstellen dat we ’s avonds ook nog gaan dineren. Dat doen we dan ook zelden.

We zijn volgens ons de enige niet-Italianen hier en worden met enige regelmaat aangesproken door nieuwsgierige Piemonters. Waarom zijn wij juist hier en niet in het veel mooiere Genua, Turijn, Barolo of Cinque Terre? Dat gebeurt eerst in veel te snel en voor ons nauwelijks te volgen Italiaans en daarna in rommelig steenkolen Engels of ontroerend kleuter Italiaans. Met de daarbij horende driftige gebaren, raadselachtige wenkbrauwactiviteiten en duistere knipoogcontacten. Capisce?

Wij leggen uit dat we juist niet in toeristenhordes willen belanden en dat we het leuk vinden het echte Italië te zien en te leren kennen. Si, si, dat begrijpen ze heel goed. Italia…. en er volgen heftige kushandjesbewegingen richting hemel. We vertellen desgevraagd ook waar we wonen in Nederland: ‘Den Bosch, you know. Very famous!’ Ja ja, dat zal wel. Very famous… . Onze pas verworven Italiaanse buren knikken vriendelijk, maar uit alles blijkt dat ze nog nooit van ons stadje hebben gehoord.

Kennelijk gaat de naam van Den Bosch toch als een lopend vuurtje door het dorp, want er gebeurt wat later iets opmerkelijks. Ergens in de derde week van ons verblijf schuifelt een bejaard echtpaar namelijk naar ons tafeltje tijdens onze dagelijkse lunch met pasta’s en een lekker wijntje. We hebben ze nog niet gezien, deze dorpelingen. Mevrouw knikt ons vriendelijk toe en wijst op haar inmiddels behoorlijk versleten echtgenoot. “Giuseppe, amore mio”. En vervolgens strooit ze een stortvloed aan prachtig en voor ons in het geheel niet te volgen Italiaans over ons uit. Een briljant betoog, waarin haar ‘amore’ Giuseppe overduidelijk een hoofdrol vervult. Giuseppe glimlacht lief en haalt af en toe in kennelijke verontschuldiging de schouders op. Waarvoor hij zich verontschuldigt is ons vooralsnog volstrekt onduidelijk. Wij lachen en knikken wat mee, dat komt altijd sympathiek over. Denken we.
Dan schiet Mario te hulp. Mario serveert de wijntjes en de lunch in zijn trattoria met verve. Bovendien spreekt hij naar eigen zeggen heel fatsoenlijk Engels. Hij luistert naar het betoog van de lieftallige echtgenote van Giuseppe en fluistert voortdurend éénlettergreepwoordjes als ‘Ah, si, si’ en ‘Oh, la, la’. Dan wendt hij zich in zijn beste Engels tot ons:

“This is very important. Molto importante! Giuseppe, my friend here (wijst intussen op Giuseppe en kust diens voorhoofd), he knows your city, si capisce? Yes, yes, he knows your city!” Natuurlijk zijn wij ineens één en al oor en vragen Mario ons, maar natuurlijk ook Giuseppe en zijn lieftallige dame, een wijntje in te schenken. Mario doet dat, vergeet zichzelf niet en schuift ook aan.

Het verhaal begint zich dan met horten en stoten te ontspinnen. Dat gebeurt nauwelijks door Giuseppe, die voortdurend aan zijn wijntje sipt en steeds vriendelijk glimlacht. Aan het gesprek voegt hij weinig toe, maar dat maakt zijn vrouw meer dan goed. Ze vertelt dat Giuseppe in de vroege jaren zeventig van de vorige eeuw in Den Bosch heeft gewerkt. Waarschijnlijk bij Remington, vermoeden wij, want ze denkt dat hij typemachines maakte. Via Mario legt ze uit dat Giuseppe veel dingen aan het vergeten is, maar hij zal háár nooit vergeten. En zij hem niet. ‘Amore mio’, zegt ze steeds met tranen in haar stem en in haar ogen. Ze is voortdurend ontroerd en haar emotie raakt ons ook. Giuseppe blijft intussen glimlachen en aan zijn wijntje sippen.

Via Mario vraag ik hem wat hij nog weet van Den Bosch in die tijd. Hij kijkt me aan en zijn ogen lachen. ‘Zammatteo’, zegt hij dan. “Ja, Zammatteo!”, zeg ik verbaasd. Giuseppe maakt een geestdriftig gebaar van ijsjes likken. Aangespoord door zijn enthousiasme probeer ik nog wat, steeds met hulp van tolk Mario. “En de Parade, de Bossche Markt, de Sint-Jan, Carnaval? Wat vond je daar van?” Giuseppe’s gezicht is één groot vraagteken. Mario vertaalt wat de lieve dame van Giuseppe daarop zegt. “He has forgotten many things, sorry!” Giuseppe heeft dat laatste ineens begrepen, want hij zegt: “Ho dimenticato quello ho dimenticato”. En ik weet wat dat betekent: “Ik ben vergeten wat ik allemaal ben vergeten”. Dan verschijnt er plots weer een glimlach op zijn gezicht. ‘Zammatteo!’, zingt hij.

Hans van Kasteren

 

Zaterdagse Inloop weer begonnen

Goed nieuws. Zaterdag 12 juni is Knillispoort weer begonnen met de wekelijkse open inloop. De deur staat open voor iedereen van 11:30 uur tot 13:30 uur. Welkom aan allen. We zijn blij jullie weer te zien.

Nieuwe rubriek: Columns

Vandaag (zaterdag 15 mei) gaan wij van start met een nieuwe serie columns. Harry van den Berselaar, Hans van Kasteren en Frans van Gaal zullen u tweewekelijks aan het denken zetten met hun eigenwijze kijk op gebeurtenissen in stad en ommelanden. In de definitie van ‘de ommelanden’ zijn zij heel ruimhartig.
Zij schrijven onder het motto: ‘De botheid der nar is de toetssteen der wijzen’, vrij naar Shakespeare in ‘As you like it.

Vandaag start Harry van den Berselaar met zijn kijk op de Bossche theaterperikelen, hoofdpijndossier van wethouder Huib van Olden

Lees Meer…>>>

Verbeteren leefbaarheid omgeving Hinthamerstraat

De leefbaarheid in de omgeving van de Hinthamerstraat staat al langere tijd onder druk. De hoofdveroorzakers zijn in de ogen van de Wijkraad Binnenstad de talloze bezoekers van de twee coffeeshops. Er is sprake van een sterke toename van ernstige overlast in de afgelopen twee jaar.De Wijkraad is nu een petitie gestart om de bezwaren van de binnenstadbewoners nog steviger neer te leggen bij de gemeente.

Ondertekenen van de petitie kan HIER

Column Harry van den Berselaar: Het Sleutelgat P.S.

Column: Het sleutelgat P.S.

Het zijn gouden tijden voor de complotdenkers. Met natuurlijk als meest populaire vraag: ‘Wie zit achter die vermaledijde pandemie?’ Of het ontstaan nu op een markt of in een lab lag, blijkt onbelangrijk. Het gaat er de ‘wappies’ om wie het longvirus, met welke bedoelingen, als een elfde Egyptische Plaag over de wereld stuurt. De meest bizarre hersenspinsels vormen het antwoord.

Voedingsbodems zat, zei criminoloog Peter Klerkx eind mei. Zo zouden wetenschap, media en de regering niet langer betrouwbaar geacht worden. En dan is een dikke stok om de gemene hond te slaan, rap gevonden. Zeker met een centrale overheid die er toch al een potje van heeft gemaakt: de hele club is niet voor niks demissionair. Het kabinet is gesmoord in zijn smerige achterkamertjespolitiek! (Dat laatste heet sinds kort met een eufemisme: de Ruttedoctrine.) Nee, wie wil, heeft argumenten genoeg om zich te keren tegen alles wat nu redelijk lijkt.
Overigens: niemand die met deze kritiek ‘enen bal’ opschiet.

Nu is achterkamertjespolitiek ‘van z’n eige’ ook niet erg vertrouwenwekkend. Opmerkelijk is dat deze praktijk, die bijdroeg aan de afgang van het kabinet, nog steeds gewild lijkt bij het Bossche B&W. Zo doet dat lokale bestuur er alles aan om de demissionaire influencers te volgen én te overtreffen in het nemen van bepaalde besluiten achter gesloten deuren. Zo wordt zelfs stopverf in het sleutelgat gestopt als de financiën van het nieuwe cultuurpaleis op de agenda staan. Daar mogen wij burgers niks van weten. Noch over zeggen. Uitvoerend wethouder Huib van Olden heeft ‘peur’. Hij zegt dat ie bang is dat het dossier ‘concurrentiegevoelige info bevat die gemeente en burgers kan schaden’. Wat dat mistige georakel betekent, weten alleen zijn directe collega’s. Die hebben een kopie. Kennelijk zien zij niks geks in dit ‘mondje-dicht’.
Of spelen zij soms een ander spel? Wie weet.

Laten we eens even een oefening doen. Een filosofisch gedachte-experiment. Mijn hypothese daarbij houdt in dat burgemeester en collega-wethouders inmiddels inzien dat het kronkelige pad naar de cultuurtempel alleen tot bestuurlijke treurnis kan leiden. Daaraan willen ze hun vingers niet branden; ze kennen de werking van de afrekencultuur.

De nieuwbouwplannen liepen al voor het aantreden van Mikkers, Van der Geld, Kâhya en Geers. Routinier Jan Hoskam is gepokt en gemazeld en hij weet hoe de bestuurlijke hazen lopen. Daarom is het in mijn scenario juist deze consciëntieuze boekhouder van de gemeentekas die het nu te gortig geworden is. In het theaterstuk voor zes heren acht ik hem goed voor de volgende zin (toen Van Olden elders met de aannemer overlegde over vertragingsvergoeding): ‘Mannen, dit gedoe moeten we een halt toeroepen’.

De anderen zie ik aarzelend knikken en ik hoor iemand iets roepen over ‘collegiale opstelling’. Vervolgens vervallen ze in een vermoeid zwijgen. Tot de opmerking: ‘Als we’m nou ‘s gewoon z’n gang laten gaan. Dan houdt het op enig moment vanzelf op’.

De eerste die bedachtzaam ja knikt, is Mike van der Geld. Onze wethouder Cultuur is stiekemkes wat blij dat de nieuwbouw van het theater toentertijd als vanzelfsprekend meeverhuisde naar het nieuwe pakket van zijn voorganger Van Olden.
De anderen volgen Mike in stilte. Mannen vinden elkaar zonder woorden.

De heren van B&W laten Huib in zijn eigen bubbel doormodderen. Ondertussen zal Van Olden als volger van de Rutte-doctrine, zelfs zijn directe collega’s mondjesmaat op de hoogte houden. Tot hij zich tenslotte helemaal vastdraait. Triest dat het zo moet gaan.

Tot zover mijn gedachte-experiment. (Of is het inmiddels toch het een complottheorie geworden?)

P.S.
Vandaag las ik dat een van de bezwaarmakers op wie de wethouder onlangs de recent opgelopen kostenverhogende bouwvertraging afschoof, dreigt met een proces wegens smaad. Van Olden kan dit alleen voorkomen door in het openbaar met zijn verdachtmakerij te stoppen.

Harry van den Berselaar

Jubileum-film Knillis

Knillis viert 50-jarig bestaan met de documentaire Coryfeeën

Knillis bestaat dit jaar 50 jaar. Om dat jubileum te vieren is onder de naam Coryfeeën een speciale film gemaakt, die zaterdag 10 juli in de Knillispoort in première is gegaan. In deze documentaire halen oud-raadsleden van Knillis hun herinneringen op aan hun raadslidmaatschap. Dat waren Sjack Peijnenburg, Rien de la Cousine, Henny van der Heyden-Molhuysen, René van de Vorst namens zijn overleden vader Paul van de Vorst, Frits Verhees, Helma Thiers, Frans van Gaal, Nel van de Leemput, Paul Masselink, Jos Cozijnsen en Antoine Jacobs.

Knillis kwam in 1971 met 2 zetels, Louis Aarts en Herman Wijnhoven in de Bossche gemeenteraad.  Dit politieke avontuur duurde tot 2018. In de begintijd stuitte de komst van die nieuwe partij op de nodige controverse. Vooral vanwege de naam, zegt Sjack Peijnenburg.

“Daar werd je op het begin op gepakt, ze vonden je niet serieus. Dat veranderde wel vrij snel, maar bij een deel van de raad en het college bleven de stekeligheden bestaan”. En ook volgens oud-raadslid Paul Masselink, was het nooit een gelukkig huwelijk tussen Knillis en de gemeenteraad.

Antoine Jacobs en Toon Rekkers zijn verantwoordelijk voor de regie. De opnames en de montage zijn gedaan door Gerry van der Eerden.

Interessante links:

Bekijk hier de film Coryfeeën

Bekijk hier het nieuwsitem; “50 jaar Knillis”, van DTV Den Bosch

Lees hier het artikel; “50 jaar Knillis met 15 verhalen van oud Knillis-raadsleden”,  van Bastion Oranje

Toon Rekkers